Hildegard
van Bingen (1098 – 1179)
Hildegard werd geboren in 1098 en stierf in 1179 op 82 jarige leeftijd.
Ze leefde dus in de 12°eeuw.
Dit was voor de Kerk een zeer woelige periode.Voortdurend was er strijd
tussen pausen en keizers om de macht.
Paus Gregorius VII wilde een scheiding tussen geestelijk en wereldlijke
macht. Dit botste op groot verzet en er werd een tegenpaus gekozen, Clemens
III. Paus Gregorius werd verbannen.
In Rome hadden de kardinalen meer dan 1 jaar nodig om een nieuwe paus
(Victor III ) te kiezen.
Na zijn dood in 1087 duurde het weer 6 maanden eer Urbanus II tot paus
werd gekozen.
In 1095 lanceerde deze paus de eerste kruistocht.
In 1125 werd Koenraad III von Hohenstaufen tot koning van Duitsland
gekroond. Op zijn sterfbed in 1152 benoemde deze zijn neef, Frederik
Barbarossa, tot zijn opvolger.
Hildegard correspondeerde met al deze mensen.
De geestelijken kozen nu eens voor de kerk, dan weer voor de keizer al
naargelang hun eigen voordeel.
Het lot van de gewone gelovigen was erbarmelijk. Ze waren de speelbal
van de oorlogszuchtige leenheren. De kruistochten rukten de gezinnen van de
christenen uiteen. Het schisma in de kerkelijke leer, het verval van de clerus
en de verwarde toestand in Rome ontnamen hen al hun zekerheden.
De heilige Bernardus van Clervaux zei “: “De Kerk bevindt zich in
slavernij!”.
Met een autoriteit die van God kwam sprak Hildegard vreselijke
waarschuwingen uit aan het adres van de kerkelijke en wereldlijke leiders. Dit
moest ze natuurlijk haar leven lang bekopen.
Ze werd geboren in 1098 in Bemersheim bij Alzey, Rheinessen in
Duitsland, als tiende kind uit het adellijk geslacht “von Bemersheimer”.
Haar ouders, Hildebert en Mechtild, waren rechtschapen en godvrezende
mensen.
In het Oud Verbond was het gebruikelijk een tiende van zijn opbrengst
aan de Heer op te dragen. Daarom droegen ze hun tiende kind aan de Heer op.
Vader Hildebert kwam uit het adellijk geslacht von Bemersheim. Hij was
ministreriaal (=landgoedvertegenwoordiger) van de adellijke stichting Speyer.
Van haar 5 broers was Hugo domcantor in mainz en Roricus kannunik in
Tholey aan de Saar.
Van haar 4 zusters werd Clementia zuster in het klosster van Hildegard..
Van kleins af had Hildegard geheime visioenen.
Op Allerheiligen 1106 (ze was toen 8 jaar) werd ze toevertrouwd aan
gravin Jutta von Sponheim in een kluis op de Dibodenberg. Deze leerde haar
lezen, schrijven en musiceren.
Een kluis was in die tijd 12 voet (3,6 m) lang en 12 voet breed, en
sloot via een venster aan op de kloosterkerk. Hierdoor werd boeken doorgegeven
en geestelijke gesprekken gevoerd met de monniken. Daarnaast was er nog een
venster waarlangs lucht en licht binnenkwam en één met tralies die met de
buitenwereld in contact stond. Bij de kluis hoorde ook een grote kloostertuin.
Een kluizenaar leefde volgens de regel van de heilige Benedictus :
ORA (=volledig koorgebed, verdeeld over dag en nacht, dagelijks heilige
mis en om de 14 dagen biecht) et LABORA ( koken, naaien, poetsen,
tuinieren,enz.)
Gedurende 28 jaar leidde Hildegard dit verborgen kluizenaarsleven.
Het voorbeeld van Jutta vond navolging en de oorspronklijke kluis
evolueerde tot een benediktinessenklooster.Na de dood van Jutta in 1136 werd
Hildegard, tegen haar goesting, tot abdis verkozen.
Vele adellijke dochters traden binnen in het klooster van Hildegard.
Door plaatsgebrek moest ze verhuizen van de Disibodenberg naar de Rupertsberg
bij Bingen, tegen haar goesting en tegen de wil van de abt en de adel uit de
omgeving (ze werd weer ziek en zelfs blind en verlamd omdat ze niet wou
vertrekken). Bingen ligt aan de monding van de Nahe in de Rijn. Daar bouwde ze
een nieuw klooster. Dit werd later in 1632 vernield tijdens de dertig jarige
oorlog en nooit meer heropgebouwd. Nu is daar het stadje Bingerbrück.
De huidige markt en parkeerplaats bevinden zich boven de gewelven van
Hildegards klooster.
In de St. Hildegard-kerk op de Rupertsberg vinden we onder het altaar
een schrijn met de relikwieën van de heilige Rupert en Hildegard, een mooi
beeld van Hildegard in de linker kerkbeuk, vijf brandvensters in de zijbeuken
met taferelen uit haar leven en ook haar beeltenis in een brandvenster links in
het koor.
Aanvankelijk had Hildegard het niet gemakkelijk op de Rupertsberg. Ze
had niets van de bezittingen van de Disibodenberg mogen meenemen. Daar waren ze
kwaad dat ze wegging. Ze moest aanvankelijk van aalmoezen leven. Een deel van
haar kloosterlingen konden dit strenge leven niet aan en gingen weg.
Dat was voor Hildegard een zware beproeving.Tegelijk was het een
zuivering.
De zusters die bleven waren bereid met haar door dik en door dun te
gaan.
De relaties met de Disibodenberg wilden maar niet beteren. Al haar
bezittingen had ze er moeten achterlaten en nu eisten ze ook nog haar
rechterarm bij het schrijven, monnik Volmar, terug.
De heilige Geest beval haar naar de Disibodenberg te gaan om haar
bezittingen op te vorderen.
Na een vlammende toespraak kreeg ze alles terug. Bovendien zou het
klooster van de Disibodenberg de zielezorgers leveren voor de Rupertsberg die
Hildegard vroeg.
Nog tijdens haar leven werd ze de “Teutoonse profetes” of de “Sibille
van de Rijn “ genoemd.
Met de jaren werd het klooster op de Rupertsberg ook te klein en
Hildegard stichtte een nieuw klooster te Eibingen.
Van Hildegard is geen portret overgeleverd. We mogen ons haar
voorstellen als een rijzige vrouw, die zozeer de goddelijke autoriteit
uitstraalde, dat ze machthebbers (pausen, keizers) kon imponeren. Tegelijk was
ze zo innemend dat ze het volk uit alle lagen naar zich toe trok.
God openbaarde in een profetisch visioen ook haar dood. Ze voorspelde
die aan haar medezusters.
Ze stierf in haar klooster op de Rupertsberg te Bingen op 17 september
1179, ze werd 82 jaar oud.
Haar dood was een feest van licht. Boven het klooster verschenen bogen
van verschillende kleuren aan de hemel. Er gebeurden mirakelen : Twee zwaar
zieken werden ogenblikkelijk genezen na het aanraken van haar lichaam. Na haar
begrafenis volgden weer een hele reeks mirakels tot de aartsbisschop van Mainz
op bezoek kwam naar het graf van Hildegard en haar verbood nog fysische
genezingen te doen. Ze gehoorzaamde onmiddellijk. Nu kan men bij haar enkel nog
terecht voor geestelijke genezingen en wonderen.
Hildegard zegde dat God reeds in de moederschoot de gave van schouwing
in haar ziel legde.
Ze kreeg ontelbaar vel visioenen in wakkere toestand, zonder extase.
Over haar visioenen schreef ze zelf :
“Ik zie ze niet met de uiterlijke ogen en hoor ze niet met de
uiterlijkeo ren. Ik zie ze alleen in mijn ziel met open levendige ogen, zodat
ik nooit in de bewusteloosheid van de extase verval,maar wakend schouw ik dag
en nacht.”
Hildegard zag als het ware een soort hemels televisiescherm, zowel bij
dag als bij nacht. Daarvan kon ze de teksten en beelden zo aflezen en
neerpennen in haar geschriften.
Nog maar pas heeft ze de zware taak van abdis op zich genomen als ze van
Hierboven het bevel kreeg :
“Gebrekkige mens, as van as en stof van stof, zeg en schrijf wat ge ziet
en hoort! Schrijf het, niet zoals het u of iemand anders bevalt, maar schrijf
het volgens de wil van Hem die alles ziet, alles ordent in de verborgen diepten
van zijn geheime raadsbesluiten.”
Ze had schrik, ze stelde het uit, niet uit koppigheid maar uit schroom,
uit angst voor wat de mensen zouden zeggen, voor de spot, voor haar beperkte
kennis van het latijn.
Maar God dwong haar, ze werd zwaar ziek. Maar van zodra ze begon te
schrijven was ze genezen.
Van 1141 tot 1151 schreef ze haar eerste en bekendste boek klaar:
Scivias (Ken de wegen van de Heer).
Het beschreef de achtergronden van de schepping en de verlossing.
Hildegard had enorme vragen en twijfels over al die visioenen en vroeg
zelfs Bernardus van Clairvaux om raad. Helaas ook Bernardus durfde geen
uitspraak doen.
Uiteindelijk gaf paus Eugenius III (=leerling van Bernardus van
Clairvaux) haar de toestemming alles op te schrijven en bekend te maken wat de
H. Geest haar openbaarde.
Bij het schrijven werd Hildegard wel bijgestaan door Volmar, een monnik
met kennis van theologie en latijn. Hij veranderde echter geen woord aan
Hildegards werk.
De manier waar op Hildegard haar visioenen kreeg is uniek in de
geschiedenis van de mystiek.
De visioenen waren overweldigend, kleurrijk, vol beweging en erg
aanschouwelijk en stonden dan ook in schril contrast met de opkomende
scholastiek die op rationele gezagsargumenten was opgebouwd..
Wij zijn vertrouwd met rationele uiteenzettingen en een logische opbouw.
Haar visioenen zijn werkelijk mystieke ervaringen.
Een mystieke ervaring is een zuiver geschenk van Gods goedheid, die een
diepe doorleving geeft van zijn alles overtreffende verhevenheid. De ziel
verliest zich in God en God neemt bezit van de ziel. Het is tegelijk de
ervaring van de innige aanwezigheid van de volheid van Goddellijk leven en het
pijnlijk aanvoelen van de totale onmacht om zich vanuit het aardse bestaan met
God te verenigen. Zo is de mystieke ervaring de hoogste vorm van leven in God
en de pijnlijkste ervaring van sterven aan zichzelf.
Let wel : Het is God en Hij alleen , die deze gave geeft aan wie Hij
wil, wanneer Hij wil, hoe Hij wil.
Door de eeuwen heen heeft de Kerk talrijke heiligen, aan wie deze
onderscheiding is gegeven, erkend als mystiekers.
Over haar kennis getuigt ze als volgt :
“Wat ik niet zie in mijn visioenen , weet ik niet, want ik ben
ongeleerd.
Wat ik schrijf, zie en hoor ik in het visioen. Ik voeg er geen andere
woorden aan toe.”
De visioenen van Hildegard noemt men ook private openbaringen (in
tegenstelling tot openbaringen van de Heilige Schrift , gegeven bij verschijningen
van o.a. O.L.Vrouw).
Niettegenstaande ze erkend zijn door de hoogste kerkelijke gezagsdragers
(vroegere pausen en ook Johannes PaulusII) vinden ze weinig gehoor in onze
moderne, materialistische maatschappij.
De pausen uit de tijd van Hildegard (.a. Eugenius III) waren overtuigd
dat Hildegard schreef in de geest van de oude schriftprofeten, zoals de
profeten van het Oud Testament.
Hildegard was dus ook een schriftprofetes. Haar geschriften omspannen de
boog van de schepping tot het einde der tijden(=wederkomst van de Mensenzoon).
Kunnen wij dan in deze tijd van geloofsafval nog langer dit Godsgeschenk
(werken van Hildegard) negeren ? Bernardus van Clairvaux zei reeds in zijn tijd
dat men de geschriften van Hildegard op de kandelaar moest zetten !
Net als andere heiligen heeft Hildegard in Gods naam talrijke mirakelen
gedaan :
Blinden, bezeten enz.
Door haar profetische geest kon Hildegard eveneens de gedachten en
bedoelingen van de mensen lezen.
In de periode 1152-1162 ondernam Hildegard heel wat reizen : naar
Keulen, Trier, Metz, Würzburg, Bamberg, de Disibodenberg, Siegburg,Hirsau,
Zwiefalten, Maulbronn, Rothenkirchen, Kitzingen, Krauftal, Werden ,Andernach,
Boppard, Eibingen, Mainz, Hordt, Kircheim, enz.
In de middeleeuwen was dit compleet ondenkbaar dat een
slotkloosterzuster op stap ging en op pleinen en in kerken voordrachten gaf.
Daarbij nam ze geen blad voor de mond ..In scherpe, profetische bewoordingen
hekelde ze het gedrag van de geestelijkheid en de leken.
Door haar missiereizen en brieven kwam ze in contact met de hoogste
kerkelijke en wereldlijke leiders. Een groot deel van har briefwisseling is
bewaard gebleven.
Enkele van haar correspondenten waren: de pausen Eugenius III,
Aanstasius IV en Adranus IV,
de aartsbisschoppen van Trier, Beauvais, Konstanz, Salzburg, Keulen,
Praag, Mainz, Speyer, Utrecht, Luik, Bamberg enz.,
de keizers Koeraad III, Frederic Barbarossa, Hendrik II van Engeland.
Ze vertelt hen de harde waarheid, maar deze gaat steeds hand in hand met
barmhartigheid.
Hildegard werd in het Vatikaan voorgedragen om tot kerklerares te worden
verheven.
Kerklerares was ze in haar tijd , maar ook vandaag gelden haar
profetische woorden.
De kern van Hildegard’s boodschap is :”Het leven is een dramatische
strijd tussen goed en kwaad”
“Zie het medische
niet los van de geestelijke en morele boodschap!”
Haar belangrijkste werk is de trilogie van haar openbaringen
(visioenenboeken):
1.LIBER SCIVIAS : SCI VIAS DOMINI : “Ken de wegen van de Heer” : van
1141 tot 1151 schreef ze dit boek, waarin ze als profetes en theoloog het werk
van de Triniteit in de schepping en de verlossing openbaart.
2. LIBER VITAE MERITORUM : “Boek van het verdienstelijk leven” ,
1158-1163
over de christelijke moraal,
het is opgebouwd vanuit 35 ondeugden en overeenkomstige deugden
het gaat over de strijd van
de mens om zijn eeuwig heil
het boek toont de ware aard
van de zonde en de kracht van de deugd
3. LIBER DIVINUM OPERUM : Boek van de Goddelijke Werken”, 1163-1173
haar ouderdomswerk
wetenschappelijk boek over de kosmos, de wetenschap in het licht van het
geloof.
Vb: velen geloven dat de mens een veredeling is van (is ontstaan uit) de aap =
evolutie theorie
Hildegard beweert het omgekeerde : de aap is een verloedering van de mens.
Tussen 1150 en 1160 schreef ze haar natuur- en geneeskundige boeken.
Ook haar medische boeken schreef Hildegard visionair, d.w.z. onder de
openbaring van de Heilige Geest.
Ze zeg t trouwens letterlijk :”De volgende geneesmiddelen voor de tot
hiertoe beschreven ziekten werden mij door God geopenbaard.”
Van kleins af wist ze of een plant giftig was of niet. Iedere slechte
plant rukte ze uit.
Over de heilzame werking van planten, dieren en stenen schrijft ze een
merkwaardig boek :
LIBER SUBTILITATUM DIVERSARUM NATURAM CREATURARUM : de fijnheden van de
verschillende creaturen van de natuur. Hier handelt ze over de zogenaamde
fysica en over de CAUSAE et CURAE (oorzaken en remedies tegen ziekten). Dit is
haar medische bijdrage.
Verder schreef ze :
-
Een
boek met meer dan 70 liederen
-
het
leven van de heilige Rupert en de heilige Disibod
-
meer
dan 300 brieven aan vooraanstaande personen
-
een
aantal preken
-
de
uitleg van de zondags evangeliën
-
de
uitleg van de geloofsbelijdenis van de Heilige Anthanasius
-
een
klein muziekdrama : ORDO VIRTUTEM = Het Koor der Deugden, werd reeds meerdere
keren uitgezonden op Duitse en Nederlandse TV
-
Het
antwoord op de 38 vragen van de monniken van Villers
-
Het
boek van de onbekende taal en het ongekende schrift : een soort woordenboek van
een duizendtal woorden , beginnende met God, Engelen, Heiligen, enz.
Ook dit boek schrijft
Hildegard ondubbelzinnig aan God toe.
Die taal is voor ons mensen
moeilijk te vatten. Hildegard zegt aan de monniken van Villers dat het een taal
der Engelen is. Adam, de eerste mens sprak ook deze taal, maar door de zondeval
is de onvoorstelbare wetenschap van de eerste mens verloren gegaan.
het staat ook vast dat Hildegard niets heeft afgeschreven van andere
auteurs. Alle pogingen om dit te kunnen bewijzen zijn over de hele lijn
mislukt. Hildegard staat volledig op zichzelf, los van alles.
In 1179 schreef ze haar autobigrafie (niet afkomstig van haar hemels
televisiescherm.
Het is waarschijnlijk door haar zelf gedicteerd, maar helaas slechts in
stukken bewaard gebleven.
In dat zelfde jaar 1179 stierf ze ook op 81-jarige leeftijd.
Over Hildegard zijn ook heel wat boeken geschreven :
CORPUS CHRISTIANORUM : Hildegardis Liber Vitae Meritorum : het beste
boek, in ’t latijn, €200
Der Mensch in der Verantwortung : is een goede Duitse vertaling van het
Corpus Christianorum
Hildegard of Bingen : Book of the rewards of life, geschreven in het
Engels
Heilen
mit der Kraft de Seele : in het Duits , goed boek, handelt vooral over de 35
deugden en ondeugden
Boekjes
van dr. Louis Van Hecken : reeds 6 deeltjes verschenen